Het onderzoekswerk dat TÜV NORD Integra doet naar onopzettelijke contaminatie is wekelijks aan de orde. Wat zijn de zeven meest voorkomende vormen van onopzettelijke contaminatie en wat kan je als bioboer doen om dit zoveel mogelijk te voorkomen?

 

Liever luisteren? In aflevering 17 van de Bio Certificatie podcast komen de verschillende vormen aan bod.

1. Opslag

Producten en ingrediënten worden op de boerderij zelf, maar soms ook bij een extern bedrijf opgeslagen. Een verkeerde scheiding van producten waardoor er vermenging ontstaat, is een groot risico en kan al een bron zijn van onopzettelijke contaminatie. Wees dus altijd scherp op waar en hoe je producten worden opgeslagen.

2. Drift

Biolandbouw is sterk onderhevig aan de natuurlijke elementen. Drift is de term die gebruikt wordt voor het terechtkomen van de nevel van een spuitvloeistof op een andere plaats dan het oorspronkelijke doel. Zo is er de mogelijkheid dat een niet toegelaten gewasbescherming terecht komt op een bioperceel. Dit is een groot risico in Vlaanderen, aangezien er in veel gevallen bioboeren omringd worden door gangbare telers.

Als bioboer kan je voorzorgsmaatregelen nemen, bijvoorbeeld door fysieke barrières te voorzien. Denk aan bomen, struiken, bufferzones en waterwegen. Een andere optie is om een deel van het perceel dat tegen de buurboer aanzit, onbeteeld te laten en in te zaaien met bloemen of gras. Hiermee kan je de kans op drift verminderen. De ideale afstand tussen een bio en een niet-bio perceel is niet vastgesteld en is afhankelijk van wat er op het naastgelegen perceel groeit.

Verstandig is het om in de omgeving aan te geven dat je als bioboer werkt. Buren kunnen dan namelijk rekening met je houden, bijvoorbeeld door met het spuiten rekening te houden met de wind. Leef in goede verstandhouding met de mensen en boerderijen om je heen.

3. Bodemverontreiniging

De afgelopen decennia is er met verschillende soorten middelen gespoten. Veel van deze middelen breken zeer traag af (persistente middelen) en worden 30 jaar na dato nog steeds in de bodem gevonden. Als je weet dat er een bepaalde bodemverontreiniging aanwezig is, probeer dit dan in kaart te brengen en houdt rekening met de teelt die je er zet. Sommige teelten kunnen bodemverontreiniging namelijk makkelijker opnemen, zoals bepaalde komkommersoorten.

4. Loonwerk

Vaak gaan loonwerkers op bio – en niet-bio percelen te werk, bijvoorbeeld om te zaaien, planten of oogsten. Ook hier kan contaminatie plaatsvinden. Wees er dus zeker van dat alles gereinigd is wanneer loonwerkers aan de slag gaan en wees aanwezig wanneer de werkzaamheden aanvangen. Niet of onvoldoende gereinigde machines vormen namelijk een risico van onopzettelijke contaminatie.

5. Kratten, paloxen en EPS-kisten

Voor het vervoer naar de aankoper worden vaak kratten, paloxen en EPS-kisten gebruikt. In de ideale situatie gebruiken telers hun eigen materiaal. Dat gebeurt ook vaak, maar is niet altijd het geval aangezien deze ook door niet-bioboeren kunnen gebruikt zijn. Reinig deze dus altijd wanneer je niet je eigen materiaal gebruikt.

5. Niet biologische input

Er zijn enkele producten toegestaan als niet-biologische input, zoals gangbaar stro. De herkomst van deze producten dient wel geregistreerd te worden. Mocht er tijdens een controle namelijk contaminatie gevonden worden, kan dit mogelijk herleid worden naar de niet-biologische input.

6. Irrigatiewater

Weet je waar het irrigatiewater vandaan komt? Is het regenwater, komt het vanuit een boorput of uit een bron uit de buurt. Controleer de bron van het water om er zeker van te zijn dat er geen chemische verontreiniging van het water is, bijvoorbeeld omdat een andere industrie het water ook gebruikt om lozingen te doen.

7. Medewerkers en seizoenarbeiders

Wanneer je met tijdelijke krachten werkt, is de kans groot dat zij weinig of geen kennis van biolandbouw hebben. Vraag je dus af waar deze mensen nog meer werken en informeer hen over de regels binnen de biolandbouw, zodat ze weten hoe ze moeten omgaan met reiniging.

 

Naast deze zeven verschillende vormen van onopzettelijke contaminatie, moet je jezelf als teler altijd de vraag stellen of hiermee de risicoanalyse compleet is of dat er ook nog andere elementen een rol spelen bij eventuele contaminatie.

Tijdens een controle testen wij contaminatie door stalen te nemen. Bij een positief staal starten we altijd een onderzoek. Zo onderzoeken we wat er is gevonden, wat de gemeten hoeveelheid is en wat de bron van herkomst is. Zelfs wanneer er slechts een kleine hoeveelheid contaminatie is, komt dit in de staal naar voren.

 

Heb jij ook interesse om over te schakelen naar bio, maar weet je niet waar te beginnen? Vraag een infopakket aan en stel je vragen aan onze experts.

Klik hier verder: https://www.integra-certification.be/nl-be/certificatie-bio